In het kort
- Een smartphoneverbod leidt niet tot een noemenswaardige verbetering van de mentale gezondheid of levenskwaliteit van leerlingen.
- Een streng beleid rond telefoons levert maar een kleine financiƫle besparing per leerling op.
- Het personeel besteedt veel tijd aan het beheren van apparaten, ongeacht het specifieke schoolbeleid.
Een studie in het tijdschrift BMJ Mental Health suggereert dat een smartphoneverbod op middelbare scholen niet leidt tot een noemenswaardige verbetering van de psychische gezondheid of de algehele levenskwaliteit van leerlingen.
Hoewel veel onderwijsinstellingen wereldwijd deze beperkingen invoeren om verstoringen te minimaliseren en de focus op school te vergroten, blijven de gegevens over de daadwerkelijke effectiviteit ervan tegenstrijdig. Eerder onderzoek wees uit dat dergelijke regels het gebruik van apparaten tijdens de lessen beperken, maar de impact op slaap, cijfers en geestelijk welzijn is moeilijker te meten.
Onderzoeksomvang en methodologie
Het onderzoek, onder leiding van Samuel J. Perry van de Universiteit van Birmingham, analyseerde 20 Engelse middelbare scholen en 815 leerlingen tussen de 12 en 15 jaar.
In het onderzoek werden zeven scholen met een flexibel telefoonbeleid vergeleken met dertien scholen die recreatief gebruik van apparaten gedurende de hele schooldag strikt verboden.
Meten van effecten en welzijn
Om de effecten te beoordelen, keken de onderzoekers naar de economische lasten voor scholen, met name de hoeveelheid tijd die het personeel besteedde aan toezicht, administratie, communicatie met ouders en straffen.
Het welzijn van leerlingen werd gemeten aan de hand van twee specifieke maatstaven: voor geestelijk welzijn gecorrigeerde levensjaren (MWALYās) en voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren (QALYās).
Verwaarloosbare effecten op de gezondheid van leerlingen
Uit de bevindingen bleek dat het verschil in leerresultaten tussen de twee soorten beleid verwaarloosbaar en statistisch onzeker was. Dit suggereert dat strenge verboden het welzijn van leerlingen niet significant schaden, maar ook niet bevorderen.
Wat de arbeid betreft, investeerden beide soorten scholen aanzienlijke middelen in het beheer van mobiele telefoons. Hoewel het personeel op scholen met een restrictief beleid minder tijd besteedde aan algemene toezicht, besteedden ze meer tijd aan het opleggen van disciplinaire maatregelen.
Financiƫle overwegingen
Financieel gezien waren restrictieve beleidsmaatregelen iets efficiĆ«nter: ze kostten jaarlijks ongeveer 94 pond minder per leerling. De kans dat deze verboden kosteneffectief waren, lag op ongeveer 90 procent gemeten in QALYās en tussen de 50 procent en 60 procent bij gebruik van MWALYās.
Uiteindelijk concludeerden Perry en zijn team dat smartphoneverboden weliswaar kleine financiƫle voordelen bieden doordat het personeel minder tijd kwijt is aan gedragsbeheer, maar dat ze de resultaten op het gebied van geestelijke gezondheid niet wezenlijk veranderen. De onderzoekers erkenden echter bepaalde beperkingen van het onderzoek en merkten op dat het om een observationeel onderzoek ging dat steunde op rapporten van ƩƩn beheerder per school, waardoor de dagelijkse realiteit van de handhaving van het beleid mogelijk niet perfect in beeld kwam.
