In het kort
- Onderzoekers hebben een prehistorische schorpioen ontdekt ter grootte van een honkbalknuppel, genaamd Praearcturus gigas.
- Het hoge zuurstofgehalte in de atmosfeer zorgde ervoor dat het beest enorm groot kon worden.
- Zijn enorme lichaamsomvang gaf hem een evolutionair voordeel wat betreft drijfvermogen in het water.
Uit recent wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de Praearcturus gigas heeft bestaan, een oeroude schorpioen die zo groot werd als een honkbalknuppel.
Dit beest leefde meer dan vierhonderd miljoen jaar geleden in het gebied dat nu bekendstaat als Groot Brittannië, waar het volgens onderzoekers in die periode voorkwam.
Ontdekkingen in het Natural History Museum
Na onderzoek van fossielen in het Natural History Museum in Londen publiceerden onderzoekers hun bevindingen in het tijdschrift Palaeontology.
De één meter lange geleedpotige was veelzijdig in zijn leefgebied: hij kon zich door rotsachtig terrein bewegen en in bomen klimmen, maar bracht ook tijd door in beekjes en greppels.
Wetenschap achter de omvang
De enorme omvang van deze soort en andere prehistorische dieren werd grotendeels bepaald door het hoge zuurstofgehalte in de atmosfeer in die tijd.
De Praearcturus gigas was echter uitzonderlijk groot, zelfs in vergelijking met andere wezens met een exoskelet die in dezelfde periode leefden, en onderzoekers wijzen erop dat deze afwijkende proporties duidelijk maken hoe sterk omgevingsfactoren de evolutie van zulke dieren konden sturen.
Lichaamsbouw aangepast aan leven in het water
Deskundigen suggereren dat deze enorme omvang een evolutionair voordeel kan zijn geweest voor zijn aquatische levensstijl, omdat een groter lichaam voor een beter drijfvermogen zou hebben gezorgd.
Zij wijzen erop dat dit grotere volume het dier waarschijnlijk stabieler maakte in het water en dat het daardoor efficiënter kon bewegen en zich beter kon handhaven in zijn leefomgeving.
