Komt er ook federale Turteltaks? Windmolenparken op zee kosten tot 15 miljard subsidies

Komt er ook federale Turteltaks? Windmolenparken op zee kosten tot 15 miljard subsidies

België moet tegen 2020 de internationale normen voor groene stroom halen of er dreigen zware boetes. Maar daarvoor zijn windmolens op zee nodig en die kunnen zeer duur uitvallen. Gezinnen en bedrijven dreigen samen tot 15 miljard euro aan subsidies te moeten betalen de komende jaren: een federale Turteltaks dreigt zo iedereen te treffen. 

De federale regering moet knopen doorhakken over de windmolenparken op zee. In de Noordzee is men momenteel bezig met tot negen verschillende van die parken, die ons land tot 10 procent groene energie moeten bezorgen. Maar van de negen parken zijn er nog maar drie klaar. En voor twee nieuwe grote parken, Rentel (van baggeraar DEME) en Norther (van energieleverancier Eneco), dreigt nu onduidelijkheid over hun toekomst. Want wie gaat de dure groenestroomsubsidie betalen? Een ‘federale Turteltaks’ ligt klaar.

De Noordzee is het dossier van minister van Energie Marie-Christine Marghem (MR). Maar die doet er alles aan, met steun van premier Charles Michel (MR) om te vermijden dat de factuur van de windmolens op zee gigantisch oploopt. Want in tegenstelling tot de zonnepanelen en de biomassacentrales die in Vlaanderen voor een extra taks hebben gezorgd, zijn de windmolens op zee federaal: heel België zou dus een extra taks moeten betalen.

Turteltaks ging over 9 miljard, hier gaat het over 15 miljard…

Die is niet min. De Turteltaks gaat over 9 miljard aan groene steun, de windmolenparken op zee gaan tot 15 miljard euro. De periode loopt ook langer: 720 miljoen over 20 jaar uitgesmeerd. Plus nog de kosten van een stopcontact op zee.

Maar België kan niet zomaar de projecten schrappen wegens te duur: de Kyoto-normen moeten gehaald worden, en dus moet er meer groene stroom bij. En daarvoor zijn die windmolenparken op zee wel essentieel: de negen parken samen (waarvan er dus nog 6 moeten gebouwd worden) zouden 2.200 megawatt gaan produceren, dat zijn twee grote kerncentrales of 10 procent van heel het gebruik in België. Nu zijn de drie bestaande parken al goed voor 712 megawatt. Maar vraag is of die nieuwe parken er nog gaan komen. Want zonder garanties over die steun willen de uitbaters geen nieuwe windmolenparken bouwen.

Marghem niet op tijd klaar met haar plan

Minister van Energie Marie Christine Marghem (MR) had een nieuw plan klaar. Maar de kern van de regering vond dat zelf niet goed en heeft dan maar aan DEME en Eneco zelf een voorstel gedaan. Die hebben tegeneisen op tafel gelegd.

In feite garandeert het systeem van subsidies het risico van de investering: als de marktprijs voor stroom daalt, dan compenseren de subsidies. Hoe lager de prijs, hoe meer subsidies. Maar de bouwers eisen die garantie, anders beginnen ze simpelweg niet aan de bouw van de parken.

Heel het dossier is zo een keuze tussen vermijden dat er nog maar eens een factuur op het bord van de Belgen valt, maar anderzijds ook de afspraken met de energiesector nakomen. De bouwers van de windmolens zijn razend dat de regels nu weer veranderen en het dus goed kan dat hun investeringen niets gaan opbrengen. Het Rentel-park kost 1,2 miljard aan investeringen, Norther heeft een prijskaartje van 1,3 miljard.

Marghem had een een nieuw wettelijk kader beloofd tegen begin mei, maar haalt die deadline dus niet. Dat het kernkabinet nu het dossier naar zich heeft getrokken is geen goed signaal voor de MR-minister. Maar er staat te veel op het spel: als de windmolenparken niet gebouwd worden, worden de klimaatdoelstellingen onhaalbaar. En dan dreigt nog veel meer schade.

Gesponsorde artikelen